Bij veel vliegende insecten groeien de larven op in een waterige omgeving. Enkele leven van deze larven leven
van andere dieren en kunnen een gevaar opleveren voor jonge visjes. Zo leggen libellen bijvoorbeeld hun eieren
in of dicht bij water of in de weefsels van diverse waterplanten. De nimfen die uit deze eitjes komen hebben
grote tongvormige kaken waarmee ze kleine visjes tot wel 3cm vangen en opeten. De larven van grote duikende kevers,
Dytiscus, zijn uitgerust met een kaken waarmee ze gemakkelijk visjes kunnen verorberen die zo groot zijn als zijn
zij zelf (ongeveer 5 cm). De larven van deze kevers en van libellen zijn schadelijk voor vissen zelfs groter dan
10cm. Zeer bekend is de geelgerande watertor
|